Wat gebeurt er als ik afstudeer/stop met studeren?

Als je gewoon afstudeert en je je onderneming niet stopzet, kan je het statuut student-zelfstandige behouden tot en met het 3e kwartaal (dat eindigt op 30/9) van dat kalenderjaar.

Het is voor je sociale bijdragen heel belangrijk wat je na deze drie kwartalen doet. De sociale bijdragen worden namelijk altijd berekend op een netto belastbaar (kalender)JAARinkomen ongeacht je statuut (bijberoep/hoofdberoep/student-zelfstandige). Dit betekent dat de inkomsten van de 4 kwartalen opgeteld wordt naar een jaarinkomen. Bij verderzetting van je onderneming in bijberoep of hoofdberoep worden je sociale bijdragen dan berekend op het jaarinkomen waarin dus ook je inkomsten in dat vierde kwartaal vervat zitten. Het maakt dus ook niet of je de kwartalen als student-zelfstandige niks verdiend hebt, maar in het vierde kwartaal wel. Sociale bijdragen worden altijd berekend op een jaarinkomen en een jaarinkomen bestaat uit 4 kwartalen.

Bij stopzetting van je onderneming, waarbij je dus geen 4 kwartalen actief bent, wordt je effectieve jaarinkomen geproratiseerd. Het netto belastbaar jaarinkomen waarop je sociale bijdragen worden berekend ligt dan hoger dan je effectieve inkomen in de periode dat je actief was. Hoe dat precies zit, lees je verderop bij optie 3.

Je moet steeds de volgende grenzen goed in de gaten houden:

  • < 6.923,69 euro Netto belastbaar jaarinkomen: indien je onder deze grens blijft, dien je als student zelfstandige geen sociale bijdragen te betalen
  • tussen 6.923,69 en 13.847,39 euro netto belastbaar jaarinkomen: dan betaal je 20,5% sociale bijdragen op het verschil tussen je inkomen min de vrijstellingsgrens van 6.923,69 euro
  • > 13.847,39 euro netto belastbaar jaarinkomen: dan betaal je 20,5% op je totale inkomen. Hier kan de vrijstellingsgrens niet meer afgetrokken worden.

Ook voor de kinderbijslag wordt er naar het netto belastbaar (kalender)JAARinkomen gekeken. Zolang dit onder de grens van 13.847,39 euro blijft, blijft de kinderbijslag behouden. Zie voorbeeld 1 onder deze tekst.

Vanaf het 4e kwartaal heb je de optie om zelfstandige in hoofdberoep te worden of zelfstandige in bijberoep. Wil je geen van beide, dan moet je je onderneming stopzetten vóór de start van het vierde kwartaal. Let wel, voor de sociale bijdragen geldt dan een bijzondere berekening die nadelig kan uitkomen! Zie optie 3.

Optie 1. Hoofdberoep

Je wordt gezien als zelfstandige in hoofdberoep als je je enkel bezig wil houden met jouw zelfstandige activiteit en daarnaast niet of minder dan halftijds werkt. (Want als je naast je zelfstandige activiteit halftijds of meer dan halftijds aan de slag gaat, word je gezien als zelfstandige in bijberoep; zie verder.)
Onder een netto belastbaar jaarinkomen van 13.847,39 euro betaalt een zelfstandige in hoofdberoep een forfaitaire minimumbijdrage van 731,32 euro aan sociale bijdragen per kwartaal. Boven een netto belastbaar jaarinkomen van 13.847,39 euro betaal je als zelfstandige in hoofdberoep 20,5% van het netto belastbaar jaarinkomen per kwartaal.

Je eerste 4 kwartalen in hoofdberoep kan je onder een bepaald inkomen wel de starterskorting toepassen op de forfaitaire minimumbijdragen:

  • Netto belastbaar jaarinkomen < 7.150,87 euro = 377,66 euro per kwartaal
  • Netto belastbaar jaarinkomen < 9.231,59 euro = 487,55 euro per kwartaal
  • Netto belastbaar jaarinkomen > 9.231,59 euro = 731,32 euro per kwartaal

De sociale bijdragen worden berekend op het netto belastbaar JAARinkomen. Let op: dit betekent dus dat er, als je afstudeert, naar je inkomsten in de eerste drie kwartalen als student-ondernemer wordt gekeken én naar je inkomsten in hoofdberoep in het vierde kwartaal. Zie voorbeeld 2 onderaan deze tekst.

Optie 2. Bijberoep

Ben je student-ondernemer en studeer je af, dan behoud je tot en met 30/09 (einde van het derde kwartaal van dat zelfde kalenderjaar) het statuut van student-ondernemer en word je vanaf 1/10 (begin van het vierde kwartaal) omgeschakeld naar het statuut zelfstandige in bijberoep‘, ALS je vanaf de eerste werkdag van oktober een minstens halftijdse tewerkstelling hebt bij een werkgever (19/38 of 20/40 of …).

Let op, werk je niet minstens (dus minder dan) halftijds vanaf de eerste werkdag van oktober, dan word je automatisch zelfstandige in hoofdberoep op 1/10. Ook indien je pas tewerkgesteld bent na de eerste werkdag van oktober (bijvoorbeeld als je in 2019 op 2 oktober begint te werken), dan word je in het vierde kwartaal aangesloten in de categorie hoofdberoep. Pas vanaf het volgend kwartaal kan er opnieuw gekeken worden of er in bijberoep aangesloten kan worden. Start je als interim, ga dan zeker eens langs bij je sociaal verzekeringsfonds om je situatie te bespreken.

In bijberoep zijn er geen minimumbijdragen (er bestaat wel een forfaitaire bijdrage van 80,90 euro, indien de student nog niet weet wat hij moet betalen). De sociale bijdragen zijn altijd 20,5% van het werkelijke inkomen, ook als dat lager is dan 13.847,39 euro. Verwacht je een netto belastbaar jaarinkomen van 1.531,99 euro of minder, dan kan je wel een voorlopige vrijstelling aanvragen.

De sociale bijdragen worden berekend op het netto belastbaar JAARinkomen. Let op: dit betekent dus dat er naar je volledig netto belastbaar inkomen als student-ondernemer in de eerste drie kwartalen wordt gekeken én naar je inkomsten in het laatste kwartaal in bijberoep.

Optie 3. Stoppen

Je zet jouw zelfstandige activiteiten stop. Let op: hier moet je rekening houden met de proratisering van de sociale bijdragen. Dit betekent dat als je geen volledig jaar actief bent (3 kwartalen of minder), je inkomen definitief herberekend wordt naar een volledig jaar. Formule= (Werkelijk netto belastbaar inkomen/Aantal actieve kwartalen) * 4. Je inkomsten zullen voor het berekenen van de sociale bijdragen in dit geval dus altijd hoger liggen dan wat je werkelijk verdiend hebt! Zie voorbeeld 3 onderaan deze tekst.

Wat als je stopt met studeren?

Indien je je studies vroegtijdig stopt, nog geen job hebt en je je onderneming niet stopzet, dan wijzigt je statuut in dat zelfde kwartaal naar ‘hoofdberoep’. Ook als je midden in een kwartaal je studies en onderneming stopzet zal in datzelfde kwartaal je statuut wijzigen naar hoofdberoep.

Voorbeelden

Voorbeeld 1: sociale bijdragen en kinderbijslag

Een student heeft het statuut student-zelfstandige van 1/1/2019 tot en met 30/09/2019. Vanaf 1 oktober heeft de student nog geen job en hij/zij zet zijn onderneming verder. De student zijn statuut wijzigt daardoor naar hoofdberoep. De eerste 3 kwartalen heeft de student 4.000 euro verdiend. Het 4e kwartaal verdient de student 10.000 euro. Het netto belastbaar jaarinkomen is dan 10.000 + 4000= 14.000 euro.

14.000 euro overschrijdt de grens van 13.847,39 euro. Wanneer deze grens wordt overschreden is er geen vrijgesteld bedrag meer én zal de student bijdragen moeten betalen als zelfstandige in hoofdberoep. Als zelfstandige in hoofdberoep betaal je boven 13.847,39 euro geen forfaitaire minimumbijdrage maar 20,5 procent op het Netto belastbaar jaarinkomen. De berekening voor de sociale bijdragen voor die 4 kwartalen gebeurt dan zo:

  • 14.000/4 = 3500 (om tot een kwartaal te komen)
  • 3500*20,5% = 717,5 euro
  • 717,5 + 3,05% (administratiekost) = 739,38 euro
  • De student betaalt per kwartaal 739,38 euro sociale bijdragen en dit voor alle 4 de kwartalen.

Opgelet! Aangezien het netto belastbaar jaarinkomen de grens van 13847,39 euro bedraagt, verliezen de ouders van deze student het recht op kinderbijslag.

Voorbeeld 2: ondernemen in hoofdberoep vanaf kwartaal vier

Een student heeft het statuut Student zelfstandige van 1/1/2019 tot en met 30/09/2019. Vanaf 1 oktober heeft de student nog geen job en hij/zij zet zijn onderneming verder. De student zijn statuut wijzigt daardoor naar hoofdberoep. De eerste 3 kwartalen heeft de student zelf niks verdiend. Het 4e kwartaal verdient de student 9000 euro. Aangezien de student een volledig jaar actief is, hoeft er niet geproratiseerd te worden. Het netto belastbaar jaarinkomen is 9000 euro.

9000 euro overschrijdt de grens van 6923,69 euro, de student is dus niet vrijgesteld van sociale bijdragen. De berekening van de sociale bijdragen in de eerste drie kwartalen onder het statuut student-ondernemer gebeurt zo:

  • 9000 euro – 6923,69 euro(vrijgesteld bedrag) = 2076,31 euro
  • 2076,31/4 = 519,08 (om tot een kwartaal te komen)
  • 153,76 * 20,5% = 106,41 euro
  • 106,41+ 3,05% (administratiekost) = 109,65 euro
  • De student betaalt die eerste drie kwartalen 109,65 euro per kwartaal aan sociale bijdragen

De berekening van de sociale bijdragen van het laatste kwartaal gebeurt zo:

  • 9000 euro overschrijdt de grens van 7150,87 euro maar niet deze van 9231,59 euro
  • Dit betekent door de starterskorting dat de student 487,55 euro zal betalen aan sociale bijdragen voor dit laatste kwartaal

Voorbeeld 3: indien je stopt met je ondernemersactiviteiten

Student studeert af en houdt zijn statuut student-zelfstandige tot en met het derde kwartaal, hierna zet hij/zij zijn onderneming stop. Voor de periode van 1 januari tot en met 30 september heeft de student als zelfstandige 6.000 euro verdiend. Dit lijkt onder het maximum van 6.923,69 euro te liggen waaronder je geen sociale bijdragen moet betalen. MAAR…
Het netto belastbaar jaarinkomen wordt eerst geproratiseerd: 6000/ 3 (actieve kwartalen)= 2000; 2000 euro * 4= 8000 euro.

Het netto belastbaar JAARinkomen is dus 8000 euro, dit overschrijdt (!) 6.923,69 euro, de grens voor vrijstelling van sociale bijdragen onder het statuut student-ondernemer. Dit betekent dus dat de student niet meer vrijgesteld is en dus wel sociale bijdragen zal moeten betalen op het deel netto belastbaar jaarinkomen dat die grens overschrijdt. De berekening van de sociale bijdragen gebeurt dan zo:

  • 8.000,00 – 6.923,69 euro = 1.076,31 euro
  • 1.076,31 euro / 4 = 269,08 euro (om tot een kwartaal te komen)
  • 269,08 * 20,5% = 55,16 euro
  • 55,16 + 3,05% (administratiekost) = 56,84 euro
  • De student zal per kwartaal 56,84 euro sociale bijdragen moeten betalen en dat voor alle drie de kwartalen.

Hou er rekening mee dat elke situatie anders is en dat je best je situatie bespreekt met je dossierbeheerder van je sociaal verzekeringsfonds.

Bijdrage door Ann Schoenmaekers en Julie Ceunen van Xerius